Blog #2 "Wondheelkunde"

Blog #2 "Wondheelkunde"

Blog #2 "Wondheelkunde"

april 2019

Op 8 maart werd ik geopereerd aan een lipoom op mijn schouderblad. Een irritante knobbel die mij bij het gitaar en cellospelen behoorlijk in de weg zat. De operatie en de dag in het Martiniziekenhuis verliepen voorspoedig, maar in de dagen daarna kreeg ik alle mogelijke complicaties op m'n dak. Een aderinfectie door het aangelegd infuus, losschietende hechtingen en een gapend gat in mijn schouder.

Een van mijn persoonlijk begeleiders uit de beschermde woonvorm, we noemen haar mevr. H., was meelevend, en legde de nodige verbandjes bij me aan. Ook stapte ze twee keer op de fiets om mij te vergezellen naar de huisarts, de tweede keer bij een (naar ons vermoeden) stagiaire die mevr. H., nadat zij ons een half uur had laten wachten tot ze het juiste 'tweede huid'-verband had gevonden, een beetje ongemakkelijk om advies vroeg over hoe ze dat moest aanleggen.

In het weekend daarop kwam er een vriend langs, die, tot mijn grote verbazing, een bossie rozen voor me had meegenomen. Een ontzettend lief gebaar van een licht autistische en ontzettend lieve jongen. Dit terzijde.

Ik verbaasde mij eerlijk gezegd over de kennis en ervaring die mevr. H. had over die wondheelkunde. Tot ik mij bedacht dat zij natuurlijk gewoon verpleegkunde had gestudeerd, weliswaar met de specialisatie in de psychiatrie.

Psychiaters zijn gewoon dokters. Psychiatrisch verpleegkundigen zijn gewoon verpleegkundigen, en velen hebben dan ook gewerkt in de ouderen- of reguliere zorg, voordat zij in de psychiatrie belandden.

Wat is het verschil tussen een wond op je schouder en een wond in je hoofd? Wat is het verschil tussen een ziekte die zich fysiek aan je openbaart, en een ziekte die zich uitsluitend in de psyche afspeelt?

Toen ik een aantal jaren geleden mijn middenvoetsbeentjes brak, en ik een week of 6 in het gips zat - ik werd met name gek van het niets kunnen doen terwijl ik mij niet ziek voelde, het vanalles willen ondernemen, maar niets kunnen omdat je niet mobiel bent -, vroeg iedereen bij het gadeslaan van mijn gipsen pootje direct wat er gebeurd was. De waarheid was dat er niet zoveel gebeurd was; ik had mijn voet gebroken door jarenlang vrij heftige wandelingen te maken op slecht schoeisel, soms zelfs op teenslippers wanneer het warm was. Een zogenaamde 'marsfractuur', veel voorkomend bij soldaten die te lang marcheren.

Eigenlijk werkt dat in je hoofd hetzelfde: loop je jarenlang door op verkeerde schoenen, dan zal er ooit wat breken. Ik ontmoette tijdens een van mijn opnames ooit een vrouw die verlamd was vanaf haar nek naar beneden. Er was neurologisch niets met haar aan de hand. Ze had haar trauma's en haar gevoelens zo lang weggestopt dat haar lichaam brak en niet meer mee wilde doen. Ze moest in de jaren daarna volledig opnieuw leren haar lijf te gebruiken. Een jaar na onze ontmoeting zag ik haar bij een poliklinisch bezoek aan de afdeling langzaam vooruitschuifelen met een looprek.

Het verhaal van die vrouw greep me aan. Vooral omdat het de kracht van zowel de psyche als het lijfelijke heel duidelijk illustreert. Balans dus.

Maar was mijn situatie zoveel anders? Ik zette in die tijd bijna dagelijks een scheermes in mijn huid, om mijn lijf gelijk te trekken aan het leed dat ik in mijn hoofd onderging. Ik sneed en brandde mezelf om de balans tussen geest en lichaam maar te laten kloppen.

Gisteren was ik bij mijn goede vrienden en ik liet ze de foto's zien die mevr H. tijdens het verbandjes wisselen van mijn schouder had gemaakt. "Dat wordt een best litteken", zei mijn vriendin. "Je moet maandag echt even met het ziekenhuis bellen", zei haar man.

De rest van de avond grapten we over het indienen van een schadevergoeding bij het Martiniziekenhuis, en over hoe ik zeker niet serieus zou worden genomen gezien ik onder de littekens zit. En, later, over hoe ik zou kunnen vertellen dat ik mezelf een mes in de rug had willen zetten omdat de wereld dat in mijn beleving tijdens mijn psychoses toch al deed.

Wonden. Littekens. Wie heeft ze niet? En ook al zijn mijn psychische wonden zichtbaar op mijn huid, ik verschil daarin niet veel van ieder ander mens. Ieder mens heeft zijn of haar oude wonden, alleen zijn die van mij tastbaarder, zichtbaarder.

Ik koester mijn littekens, hoewel ik soms ook vurig wens dat ik ze niet zou hebben. Ze zijn deel van wie ik ben geweest en wat ik heb doorgemaakt. De wond op mijn schouder is daarin niet anders. Zij vertelt een verhaal, zij het een iets minder spannend verhaal, net zoals de strepen op mijn ledematen.

Donderdag komt mevr. H. weer langs. Ze komt verbandjes aanleggen en verbanden leggen. Ze komt de wonden helen met haar wondheelkunde.

Ik mag d'r wel.